Nieuws

Nieuwsbrief week 43, 2016

Beste lezer,

Normaal gesproken praten we u in deze nieuwsbrief elke twee weken bij over relevante nieuwtjes in het vakgebied. Deze keer gaan we echter de diepte in. Rob Frank haalde voor zijn vrouw Lenny Kuhr de bezem door haar uitgavecontracten, bracht de rechten weer bij haar terug en tuigde een toekomstbestendige nieuwe constructie op. De kennis en ervaring die hij daarbij opdeed, deelt hij graag met u, de leden van Popauteurs.nl. Ter leering ende vermaeck!

Kuhr ontbindt uitgavecontracten; rechten naar eigen uitgeverij

Toen Lenny Kuhr in 1969 haar eerste uitgavecontract tekende, voor het nummer De Troubadour, was ze pas 19. Inmiddels is ze behalve ouder, vooral wijzer geworden. Haar man en manager Rob Frank brak onlangs met drie van haar vier publishers en bracht haar rechten onder in een eigen uitgeverij. Hieronder vertelt hij welke hobbels hij daarbij tegenkwam en hoe de zaken er nu voorstaan. Een stuk overzichtelijker, dat in elk geval.


Toen Rob Frank begin deze eeuw Lenny Kuhr ontmoette, had hij zelf een carrière als arts. Nadat zij getrouwd waren, hing Frank de stethoscoop in de wilgen, verdiepte zich in de entertainmentbranche, ging de belangen van zijn vrouw behartigen en zelfs songteksten voor haar schrijven. In zijn rol als manager was hij het afgelopen jaar vooral druk met het ontvlechten van haar verleden. Daarover vertelt hij: “Toen Lenny op jonge leeftijd haar eerste uitgavecontract tekende, deed ze dat in goed vertrouwen. Ze heeft zich nooit gerealiseerd dat je daar de rest van je leven aan vast zit. Sterker nog, tot 70 jaar na je dood.”
Gedurende haar carrière heeft Kuhr bij meerdere muziekmaatschappijen onderdak gehad, die bijna allemaal hun ‘preferred publisher’ hadden. Phonogram werkte veel met Altona samen, CNR met Nanada, enz. Ook bleken uitgavecontracten regelmatig ‘verhandeld’ te worden. Zo kwamen de Altona-rechten via Strengholt in 2007 bij Warner Chappell terecht. Uiteindelijk lagen de rechten van haar liedjes bij vier uitgevers: Nanada, Warner Chappell, Roba Music en Strengholt. Schijnbaar was het verkrijgen van een voorschot vroeger minder strikt aan exclusiviteit gekoppeld dan tegenwoordig.

Exploitatie en administratie

Bij de feitelijke uitgavecontracten moet je je niet teveel voorstellen. Frank: “Het contract met Nanada was een dubbelzijdig A4-tje, waarop vooral de verplichtingen van de auteurs stonden. Er werd nauwelijks gerept over wat van de uitgever verwacht mocht worden.” De publishers werden geacht de exploitatie van de werken voor hun rekening te nemen – dus de werken onder de aandacht brengen en houden van relevante partijen om zoveel mogelijk resultaat uit de liedjes te halen – en de bijbehorende administratie te verzorgen. Als uitvloeisel hiervan hoort een auteur elk jaar statements te ontvangen en inkomsten uit royalty’s en auteursrechten. Tot niet zo lang geleden werd dit vaak voor waar aangenomen zonder dat het werd gecheckt, zegt Frank, maar hij ervaart een kentering. “Opeens lees je dat de mogelijkheid bestaat om contracten aan te vechten en dat daarvoor een procedure voor buitenrechtelijke ontbinding was ontwikkeld. Deze ontwikkeling is van de laatste jaren en vooral een zaak als die van Golden Earring tegen Nanada heeft veel aandacht gekregen. Zo groeide ook bij ons het bewustzijn om nog eens goed naar de contracten te kijken.”

Buitenrechtelijke ontbinding

Binnen een standaard uitgavecontract worden de inkomsten gelijkelijk verdeeld tussen componist, auteur en uitgever. Maar wat doen die uitgevers daar dan voor? “We hadden het idee dat dat niet veel was,” aldus Frank. “Het voelt zo onrechtvaardig dat ze met niets doen geld verdienen. Als muzikanten over uitgevers praten, gaat dat altijd in termen als ‘boeven’. Dat kun je natuurlijk niet in zijn algemeenheid zo zeggen, maar als het boeven zijn, moet er ook iets aan gedaan kunnen worden.”
Het protocol om te komen tot buitenrechtelijke ontbinding voorziet daar dus in. Vandaar dat Frank, zoals dat protocol voorschrijft, een aangetekende brief stuurde naar zowel de uitgevers als Buma/Stemra. “Daarin stond dat wij vonden dat de uitgevers gedurende langere tijd in gebreke gebleven waren met betrekking tot de exploitatie, tenzij ze konden aantonen dat dat niet zo was. Maar dat konden ze niet.” Die conclusie kon echter pas getrokken worden nadat de nodige hobbels genomen waren.

Imponeren en bang maken

Na het versturen van de aangetekende brief ging de eerste fase van de procedure in: daarin hebben de partijen drie maanden de tijd om met elkaar in gesprek te gaan en er zelf uit te komen. In die periode konden de uitgevers ook bewijzen van hun pro-activiteit aanvoeren. Een van hen verwees daartoe naar de recente BOB-alcoholcampagne waarin de hit Visite te horen was, herinnert Frank zich. “Wij konden echter vrij eenvoudig aantonen dat het initiatief daartoe bij een reclamebureau gelegen had, niet bij de publisher.”
Een andere uitgever overlegde na de aangetekende brief allerlei mailtjes waaruit pogingen bleken om Kuhr onder de aandacht van mogelijke partners te brengen. “Die mails waren echter verzonden na ontvangst van onze brief en betroffen dus niet de termijn waar de procedure over ging.”
Ook werd door een uitgever aangevoerd dat die alle werken van Kuhr opnieuw had aangemeld, nadat de rechten van een andere partij waren overgenomen. “Dat is een administratieve handeling om überhaupt exploitatie mogelijk te maken, maar met de exploitatie zelf heeft dat niets te maken.”
Her en der werd hoog van de toren geblazen. Meerdere keren werd gedreigd met de rechter, erop gewezen ‘dat dat wel 20.000 euro kost, waarbij het maar de vraag is of je dat gaat terugverdienen’ of zelfs botweg gesteld werd ‘dat ga je verliezen’. Frank hield het hoofd echter koel en zegt nu het vooral als een spel gezien te hebben. Ook die keer dat hij een ‘nieuw voorstel’ kreeg, dat nauwelijks beter was dan het bestaande contract. “Alles wordt uit de kast getrokken om je te imponeren en bang te maken, om te bewerkstelligen dat je ervan afziet. Wij hadden echter alleen iets te winnen, niets te verliezen. Bij de uitgevers was dat andersom.”

‘Hoop gedoe’

Gaandeweg werden dus alle argumenten van de uitgevers weerlegd, wat Frank het gevoel gaf op de goede weg te zitten. Dat bleek ook in fase twee van de procedure, waarin Buma/Stemra gedurende drie maanden de uitkering aan de uitgever bevriest. Met die stok achter de deur kan de uitgever in die termijn naar de rechter gaan voor een uitspraak. Doet hij dit niet, dan gaat Buma/Stemra ervan uit dat de uitgever het eens is met buitenrechtelijke ontbinding. In dat geval wordt de uitkering hervat, echter nog alleen aan de auteur.
In een van de vier gevallen deed de uitgever in fase twee niets. Schijnbaar vond men het niet de moeite waard om hiervoor naar de rechter te gaan óf om een nieuw contract af te sluiten. Daardoor kreeg Kuhr automatisch haar rechten terug.
In een tweede geval gaf de uitgever aan dat een gang naar de rechter ‘een hoop gedoe was’. Hij stelde voor de helft van de nummers terug te geven en de andere helft te blijven vertegenwoordigen. Frank: “Bij navraag bleek echter dat het interessante gedeelte van de catalogus bij de uitgever zou blijven. Dat hebben we dus maar niet gedaan, waarna we ook die rechten terugkregen.”
In een derde geval is nog gesproken over een nieuw contract waarbij het aandeel van de uitgever kleiner werd, inclusief een schadeloosstelling voor door hen in het verleden teveel geïncasseerde gelden. “We hebben daarvan afgezien, omdat de uitgever dan nog steeds geld kreeg voor niets doen. We wilden de rechten terug, om zelf te kunnen bepalen voor welke nummers we nog veel moeite zouden gaan doen.”
Dat zullen dan per definitie de grote hits zijn, zoals Visite, De Troubadour en Maar Ja. “Lenny zingt De Troubadour nog bij elk concert en wij doen dus meer aan de exploitatie daarvan dan de uitgevers.”

Eigen uitgeverij

Uiteindelijk heeft Lenny Kuhr de rechten van verreweg haar meeste liedjes dus nu weer in eigen beheer. Die zijn ondergebracht in een eigen uitgeverij, Lenny Kuhr Producties. Deze werkt samen met Strengholt, omdat Frank daaraan tijdens de procedure een goed gevoel had overgehouden. “Zij realiseerden zich dat de Kuhr & De Boer-portefeuille (waarin de door Lenny Kuhr en Herman-Pieter de Boer geschreven composities waren ondergebracht) een slapend fonds was. Ze claimden dan ook niet daar nog veel werk voor te verrichten.
Dat was voor mij een teken dat uitgevers wel degelijk kunnen meedenken en dat vond ik een positief ander geluid. Van hen kreeg ik ook de suggestie om een eigen uitgeverij te starten. Dat betekent wel dat er ook administratie gevoerd moet worden, maar daar hebben wij de faciliteiten en knowhow niet voor. Daarom ben ik met Strengholt overeengekomen dat zij de administratie voor onze uitgeverij gaan doen. Omdat dat maar een fractie is van de eerdere werkzaamheden, staat de vergoeding die ze daarvoor krijgen ver af van de eerdere 33%.”

Beginnende auteurs

Door het succes dat Frank voor Kuhr boekte, heeft hij recentelijk ook een procedure tegen Warner Chappell gevoerd uit naam van de erven van David Hartsema. Hij schreef de tekst van De Troubadour. Ook in dit geval werden de rechten van de uitgever terug verkregen. De vrouw van wijlen Dimitri van Toren (bekend van Hé Komaan) kreeg hetzelfde voor elkaar na uitgebreid door Frank geadviseerd te zijn.
Dit roept de vraag op of dergelijk succes alleen is weggelegd voor auteurs met een lange carrière achter de rug en een groot aantal werken op hun naam. Die vraag vindt Frank moeilijk te beantwoorden. “Als jonge componisten al een uitgavecontract hebben, is dat vermoedelijk een ander contract dat wat Lenny ondertekend heeft. Daar kan ik dus weinig over zeggen. Maar het heeft sowieso niet veel nut om al na twee jaar te proberen je contract open te breken.”
Toch heeft Frank voor beginnende auteurs wel een paar adviezen met betrekking tot de exploitatie van hun werken. “Als je als toonkunstenaar met een uitgever in zee gaat, moet je je aansluiten bij een belangenvereniging als Popauteurs.nl en je goed laten adviseren. Ik heb zelf gedurende de procedures ook steeds advies van en ruggenspraak met Guus Bleijerveld gehad.
Je moet dus niet klakkeloos ergens je handtekening onder zetten, zoals Lenny dat eigenlijk wel gedaan heeft. Nu was dat bijna 50 jaar geleden, tegenwoordig gaat dat er professioneler aan toe. Ook de uitgevers hebben een imago hoog te houden, en niet het imago van ‘boeven’. Hedendaagse contracten zijn dan ook beter dan die van weleer.

Crowdfunding

Nu Kuhr en Frank deze zakelijke beslommeringen achter zich gelaten hebben, richten ze zich weer op de muziek en de toekomst. Ze werken aan het nieuwe, 31e album van Lenny Kuhr, dat zal uitkomen op haar eigen label UIL-records. Voor deze cd hebben ze een crowdfunding-actie opgezet bij het platform Voor De Kunst. Daarmee is het benodigde bedrag van 20.000 euro opgehaald.
Dit was een nieuwe werkwijze voor het echtpaar. “Tot nu toe financierden we de albums zelf. Als een album zich had terugverdiend, investeerden we dat geld in het volgende album. Voor de verspreiding in de handel hadden we een distributeur. Van Lenny’s een na laatste album gingen 1500 naar de winkels. Bij haar laatste cd waren dat er nog slechts 50, waarvan ik er 18 moest terugnemen omdat recht van retour was afgesproken. Daarom hebben we dit keer gekozen voor crowdfunding. Ik zeg altijd dat Lenny een grote zangeres is met een klein inkomen. Dit komt omdat ze niet in stadions optreedt en niet bij tv-programma’s in de jury gaat zitten. Met haar kleinschalige optredens heeft ze een trouw publiek opgebouwd, dat ons nu in staat stelt haar volgende cd op te nemen. Zo’n voorschot had geen uitgever haar gegeven.”

Foto: Bart Verkuijlen

Elke vrijdagochtend houdt Popauteurs.nl, exclusief voor haar leden, spreekuur. Heb je vragen over de zakelijke kanten van het vak, bel dan tussen 09.00 en 11.30 uur naar 035 621 4911. Je komt dan direct in contact met onze secretaris, Mr. Guus Bleijerveld. Hij kan ‘eerste hulp’ verlenen. Voor uitgebreider advies kan een afspraak gemaakt worden.

 

 

Kijk op onze website www.popauteurs.nl hoe je snel met ons in contact komt!

terug